augustus 20, 2007

Wanneer de tranen verdwijnen

A: " Is het je opgevallen? "
B: "Wat dan?"
A: "Dat je al heel de tijd aan het blozen bent?"
B: "Ah ja? En waarom zou ik dan wel blozen?"
A: "Dat weet ik niet, misschien heb je het te warm, misschien denk je aan bepaalde dingen..."
B: "Welke dingen dan wel? En ja, ik heb het inderdaad te warm..."
A: "Het is nochtans niet zo warm buiten vandaag..."
B: "Neen, dat klopt, misschien net daarom. Een soort lichamelijke reactie op het slechte weer. Als de zon buiten niet schijnt, zorg ik er wel voor dat die binnen schijnt."
A: "Ach zo, en hoe doe je dat?"
B: "Weet ik veel, het overkomt me gewoon..."
A: "Aha, enne...overkomt je dat vaak?"
B: "Eh...neen."
A: Hierop grinnikt hij en komt vlak voor haar staan. "En nu? Heb je het nu ook nog zo warm?"
B: Terwijl ze zijn blik probeert te ontwijken, zegt ze zacht: "Het zou erg zijn het te ontkennen, maar ik krijg het nu nóg warmer... ."
A: "En als ik nu eens héél dichtbij kom? Ga je dan niet ontploffen?"

Ze schoten beide in de lach en na uitgelachen te zijn.

A: "Hm, ik dacht het wel, er klopt niks van je zonnetheorie" en begon zachtjes in haar hals te kussen.
B: "Hm, ik geloof dat je zo langzamerhand je explosie bereikt ..." ...